Niederländisch
Detailübersetzungen für vloert (Niederländisch) ins Französisch
vloert form of vloeren:
-
vloeren (neerslaan; onderuithalen; omslaan)
abattre; flanquer par terre; faire tomber-
abattre Verb (abbats, abbat, abbattons, abbattez, abbattent, abbattais, abbattait, abbattions, abbattiez, abbattaient, abbattis, abbattit, abbattîmes, abbattîtes, abbattirent, abbattrai, abbattras, abbattra, abbattrons, abbattrez, abbattront)
-
flanquer par terre Verb
-
faire tomber Verb
-
-
vloeren (iemand neerslaan; omslaan)
faire tomber; rabattre qn; culbuter qn; abattre qn; basculer qn-
faire tomber Verb
-
rabattre qn Verb
-
culbuter qn Verb
-
abattre qn Verb
-
basculer qn Verb
-
Konjugationen für vloeren:
o.t.t.
- vloer
- vloert
- vloert
- vloeren
- vloeren
- vloeren
o.v.t.
- vloerde
- vloerde
- vloerde
- vloerden
- vloerden
- vloerden
v.t.t.
- heb gevloerd
- hebt gevloerd
- heeft gevloerd
- hebben gevloerd
- hebben gevloerd
- hebben gevloerd
v.v.t.
- had gevloerd
- had gevloerd
- had gevloerd
- hadden gevloerd
- hadden gevloerd
- hadden gevloerd
o.t.t.t.
- zal vloeren
- zult vloeren
- zal vloeren
- zullen vloeren
- zullen vloeren
- zullen vloeren
o.v.t.t.
- zou vloeren
- zou vloeren
- zou vloeren
- zouden vloeren
- zouden vloeren
- zouden vloeren
diversen
- vloer!
- vloert!
- gevloerd
- vloerend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze