Übersicht
Niederländisch nach Schwedisch:   mehr Daten
  1. kamp:
  2. kampen:
  3. Wiktionary:


Niederländisch

Detailübersetzungen für kamp (Niederländisch) ins Schwedisch

kamp:

kamp [de ~ (m)] Nomen

  1. de kamp (kampement; legering; legerkamp)
  2. de kamp (worsteling; gevecht; strijd)
    strid; brottning; kamp
  3. de kamp (tweegevecht; duel; tweekamp)
  4. de kamp (vakantiekamp)
    semesterort

Übersetzung Matrix für kamp:

NounVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
brottning gevecht; kamp; strijd; worsteling
förläggande i läger kamp; kampement; legering; legerkamp legerplaats
kamp gevecht; kamp; strijd; worsteling concours; geworstel; partij; pot; strijd; wedstrijd
läger kamp; kampement; legering; legerkamp hazenleger; lager; leger
lägerplats kamp; kampement; legering; legerkamp legerplaats
semesterort kamp; vakantiekamp vakantiekolonie; vakantieoord
strid gevecht; kamp; strijd; worsteling aanvechten; bestrijden; betwisten; gevecht; geworstel; handgemeen; kloppartij; knokpartij; matpartij; slag; strijd; strijden; vechtpartij; veldslag
stridskamp duel; kamp; tweegevecht; tweekamp

Verwandte Wörter für "kamp":


Verwandte Definitionen für "kamp":

  1. groep tenten, woonwagens of gebouwen1
    • deze vluchtelingen zitten in een kamp1

Wiktionary Übersetzungen für kamp:


Cross Translation:
FromToVia
kamp batalj; kamp; slag; slagsmål; strid combat — a battle; a fight; a struggle for victory
kamp läger Lagernur Plural 1: Gesamtheit der Anhänger einer Weltanschauung
kamp lager Lagernur Plural 1: Provisorische Unterkunft, insbesondere militärisch
kamp läger Lager — Kurzform für ein Konzentrationslager, Inhaftierungslager oder Internierungslager
kamp hugg; batalj; kamp; slag; slagsmål; strid bataille — guerre|fr combat général entre deux armées.
kamp batalj; kamp; slag; slagsmål; strid combataction par laquelle on attaquer et l’on se défendre.

kamp form of kampen:

kampen Verb (kamp, kampt, kampte, kampten, gekampt)

  1. kampen (strijd voeren; vechten; strijden)
    fortsätta kämpa
  2. kampen (knokken; vechten; bakkeleien; duelleren; matten)
    slåss; gräla; gruffas
    • slåss Verb (slåss igen, slogs igen, slagits)
    • gräla Verb (grälar, grälade, grälat)
    • gruffas Verb (gruffas, gruffades, gruffats)

Konjugationen für kampen:

o.t.t.
  1. kamp
  2. kampt
  3. kampt
  4. kampen
  5. kampen
  6. kampen
o.v.t.
  1. kampte
  2. kampte
  3. kampte
  4. kampten
  5. kampten
  6. kampten
v.t.t.
  1. heb gekampt
  2. hebt gekampt
  3. heeft gekampt
  4. hebben gekampt
  5. hebben gekampt
  6. hebben gekampt
v.v.t.
  1. had gekampt
  2. had gekampt
  3. had gekampt
  4. hadden gekampt
  5. hadden gekampt
  6. hadden gekampt
o.t.t.t.
  1. zal kampen
  2. zult kampen
  3. zal kampen
  4. zullen kampen
  5. zullen kampen
  6. zullen kampen
o.v.t.t.
  1. zou kampen
  2. zou kampen
  3. zou kampen
  4. zouden kampen
  5. zouden kampen
  6. zouden kampen
diversen
  1. kamp!
  2. kampt!
  3. gekampt
  4. kampend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für kampen:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
fortsätta kämpa kampen; strijd voeren; strijden; vechten
gruffas bakkeleien; duelleren; kampen; knokken; matten; vechten
gräla bakkeleien; duelleren; kampen; knokken; matten; vechten bakkeleien; bekvechten; hakketakken; in onmin geraken; kiften; kijven; krakelen; ruzie hebben; ruzie maken; ruzieën; ruziën; twisten; uitbrander geven
slåss bakkeleien; duelleren; kampen; knokken; matten; vechten een strijd houden; frezen; kleine gevechten leveren; schermutselen

Verwandte Wörter für "kampen":


Wiktionary Übersetzungen für kampen:


Cross Translation:
FromToVia
kampen kämpa; slåss; strida bataillerlivrer de petits combats.
kampen kämpa; slåss; strida combattreattaquer son ennemi, ou en soutenir l’attaque.
kampen kämpa; slåss; strida lutter — Traductions à trier