Übersicht
Niederländisch nach Französisch:   mehr Daten
  1. opgesprongen:
  2. opspringen:
  3. Wiktionary:


Niederländisch

Detailübersetzungen für opgesprongen (Niederländisch) ins Französisch

opgesprongen:

opgesprongen Adjektiv

  1. opgesprongen
    jailli; rebondi; bondi; sursauté

Übersetzung Matrix für opgesprongen:

ModifierVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
bondi opgesprongen
jailli opgesprongen
rebondi opgesprongen
sursauté opgesprongen

opgesprongen form of opspringen:

opspringen Verb (spring op, springt op, sprong op, sprongen op, opgesprongen)

  1. opspringen (springen)
    bondir; faire un bond; sauter en l'air
    • bondir Verb (bondis, bondit, bondissons, bondissez, )

Konjugationen für opspringen:

o.t.t.
  1. spring op
  2. springt op
  3. springt op
  4. springen op
  5. springen op
  6. springen op
o.v.t.
  1. sprong op
  2. sprong op
  3. sprong op
  4. sprongen op
  5. sprongen op
  6. sprongen op
v.t.t.
  1. ben opgesprongen
  2. bent opgesprongen
  3. is opgesprongen
  4. zijn opgesprongen
  5. zijn opgesprongen
  6. zijn opgesprongen
v.v.t.
  1. was opgesprongen
  2. was opgesprongen
  3. was opgesprongen
  4. waren opgesprongen
  5. waren opgesprongen
  6. waren opgesprongen
o.t.t.t.
  1. zal opspringen
  2. zult opspringen
  3. zal opspringen
  4. zullen opspringen
  5. zullen opspringen
  6. zullen opspringen
o.v.t.t.
  1. zou opspringen
  2. zou opspringen
  3. zou opspringen
  4. zouden opspringen
  5. zouden opspringen
  6. zouden opspringen
diversen
  1. spring op!
  2. springt op!
  3. opgesprongen
  4. opspringend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Übersetzung Matrix für opspringen:

VerbVerwandte ÜbersetzungenWeitere Übersetzungen
bondir opspringen; springen een sprongetje maken; omhoogkomen; opstijgen; opstuiven; opvliegen; springen
faire un bond opspringen; springen
sauter en l'air opspringen; springen

Wiktionary Übersetzungen für opspringen:

opspringen
verb
  1. in de hoogte springen
opspringen
verb
  1. Faire un ou plusieurs bonds.
  2. Faire un sursaut, un mouvement brusque en étant surpris.
  3. éprouver une agitation vif et passager à la suite d’une émotion subite.

Cross Translation:
FromToVia
opspringen sauter jump — propel oneself rapidly upward such that momentum causes the body to become airborne
opspringen sursauter jump — react to a sudden stimulus by jerking the body violently