Übersicht
Niederländisch nach Spanisch: mehr Daten
- bezeten:
- bezitten:
-
Wiktionary:
- bezeten → poseso
- bezeten → frenético
- bezitten → poseer
- bezitten → poseer, ser dueño de
Niederländisch
Detailübersetzungen für bezeten (Niederländisch) ins Spanisch
bezeten:
-
bezeten (fanatiek)
fanático; poseído; obsesionado; poseso; endemoniado; ferviente-
fanático Adjektiv
-
poseído Adjektiv
-
obsesionado Adjektiv
-
poseso Adjektiv
-
endemoniado Adjektiv
-
ferviente Adjektiv
-
Übersetzung Matrix für bezeten:
Noun | Verwandte Übersetzungen | Weitere Übersetzungen |
fanático | aanhouder; doordrammer; dweper; fanaat; fanaticus; fanatiekeling; freak; haarklover; ijveraar; kwezel; maniak; mierenneuker; muggenzifter; scherpslijper; zeloot | |
Modifier | Verwandte Übersetzungen | Weitere Übersetzungen |
endemoniado | bezeten; fanatiek | bliksems; gemotiveerd; ijzingwekkend; motivatie bezittend; ontzettend; schrikbarend; schrikwekkend; verdraaid; verduiveld; vreselijk |
fanático | bezeten; fanatiek | bezetene; dweepziek; dweperig; fanatieke |
ferviente | bezeten; fanatiek | fervent; verhit; vurig |
obsesionado | bezeten; fanatiek | bezetene; fanatieke; gemotiveerd; motivatie bezittend |
poseso | bezeten; fanatiek | gemotiveerd; motivatie bezittend |
poseído | bezeten; fanatiek | bezetene; fanatieke; gemotiveerd; motivatie bezittend |
Verwandte Wörter für "bezeten":
bezeten form of bezitten:
-
bezitten (in eigendom hebben; hebben; beschikken over)
tener; propiedades; disponer de; poseer; haber-
tener Verb
-
propiedades Verb
-
disponer de Verb
-
poseer Verb
-
haber Verb
-
Konjugationen für bezitten:
o.t.t.
- bezit
- bezit
- bezit
- bezitten
- bezitten
- bezitten
o.v.t.
- bezat
- bezat
- bezat
- bezaten
- bezaten
- bezaten
v.t.t.
- heb bezeten
- hebt bezeten
- heeft bezeten
- hebben bezeten
- hebben bezeten
- hebben bezeten
v.v.t.
- had bezeten
- had bezeten
- had bezeten
- hadden bezeten
- hadden bezeten
- hadden bezeten
o.t.t.t.
- zal bezitten
- zult bezitten
- zal bezitten
- zullen bezitten
- zullen bezitten
- zullen bezitten
o.v.t.t.
- zou bezitten
- zou bezitten
- zou bezitten
- zouden bezitten
- zouden bezitten
- zouden bezitten
diversen
- bezit!
- bezit!
- bezeten
- bezittend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze
Übersetzung Matrix für bezitten:
Noun | Verwandte Übersetzungen | Weitere Übersetzungen |
propiedades | bezittingen; eigendommen | |
Verb | Verwandte Übersetzungen | Weitere Übersetzungen |
disponer de | beschikken over; bezitten; hebben; in eigendom hebben | |
haber | beschikken over; bezitten; hebben; in eigendom hebben | |
poseer | beschikken over; bezitten; hebben; in eigendom hebben | |
propiedades | beschikken over; bezitten; hebben; in eigendom hebben | |
tener | beschikken over; bezitten; hebben; in eigendom hebben | |
- | hebben |
Verwandte Wörter für "bezitten":
Synonyms for "bezitten":
Antonyme für "bezitten":
Verwandte Definitionen für "bezitten":
Wiktionary Übersetzungen für bezitten:
bezitten
Cross Translation:
verb
-
iets in eigendom hebben
- bezitten → poseer
Cross Translation:
From | To | Via |
---|---|---|
• bezitten | → poseer | ↔ besitzen — (umgangssprachlich) etwas als Eigentum haben, über das man verfügen kann |
• bezitten | → poseer | ↔ own — have rightful possession of |
• bezitten | → ser dueño de; poseer | ↔ posséder — À trier |